
Het alternatieve avontuur startte in 1996 in de Verenigde Staten.
In dat jaar stak een groot aantal universiteiten, onderzoekscentra
en non-profitorganisaties de koppen bij elkaar en besloot tot de
oprichting van Internet2.
Het doel was een om een nieuw netwerk te ontwikkelen dat naast
het bestaande internet gebruikt zou worden. Een betrouwbaar netwerk
met voldoende capaciteit. En, niet onbelangrijk, ontoegankelijk voor
de gewone man. Het netwerk is alleen weggelegd voor een selecte
groep gebruikers zoals universiteiten en onderzoekscentra.
Drijvende motor achter Internet2 is Abilene, een telecommunicatienetwerk van onder
meer Qwest en Cisco Systems.
Géant Europa heeft met Géant zijn
eigen versie van Abilene. Géant verbindt nagenoeg alle landen in
Europa met elkaar en is aangesloten op andere grote netwerken in de
wereld. Net als bij Internet2 is er bij Géant sprake van een aparte
organisatie die het netwerk beheert: Dante.
Voorloper van Géant was het TEN-155 netwerk dat op 11 december
1998 in gebruik genomen werd. Er konden over dit netwerk snelheden
tot 155 Mbps gehaald worden. Voldoende voor die tijd, maar de vraag
naar meer en meer bandbreedte nam voortdurend toe. En die
bandbreedte kwam er op 1 december 2001 toen Géant live ging. Een
netwerk dat moeiteloos snelheden tot 10 Gbps weet te bieden.
Géant is geen commercieel netwerk. Het wordt gedeeltelijk
gefinancierd door de Europese Unie. Net als Abilene is Géant slechts
bedoeld voor universiteiten en grote onderzoekscentra. Met zijn
eigen netwerk timmert Europa stevig aan de weg. "Zo stevig zelfs dat
we al de Verenigde Staten ingehaald hebben met ons netwerk", zegt
Dai Davies, general manager van Dante. "Géant heeft op dit moment
bijna vier keer meer capaciteit dan zijn Amerikaanse tegenhanger."
Die capaciteit wordt op velerlei gebieden gebruikt. Een bekend
voorbeeld is de mogelijkheid van videoconferencing. Met de enorme
hoeveelheid bandbreedte die nu beschikbaar is, is het een fluitje
van een cent om videobeelden in hoge kwaliteit tussen de
verschillende onderzoekscentra te sturen.
Davies geeft nog een ander voorbeeld van de nieuwe mogelijkheden
van het netwerk. "De grote hoeveelheid gegevens van de
radiotelescopen in Westerbork werden in het verleden met andere
onderzoekscentra uitgewisseld via magnetische banden. Met het
Géant-netwerk is dat niet meer nodig. In een mum van tijd is de
informatie nu via het netwerk verstuurd."
Oost-Europa Nagenoeg alle landen in Europa
zijn nu met elkaar verbonden. Naar enkele uithoeken moet men het nog
met betrekkelijk langzame verbindingen stellen. Van 622 Mbps naar
Portugal en Griekenland tot zelfs niet veel meer dan 34 Mbps naar
Bulgarije.
Recentelijk zijn ook de Baltische staten aangesloten op het
netwerk. "De 10 Gbps wordt hier nog niet gehaald, maar met
verbindingen tot 155 Mbps is dat alle een hele verbetering ten
opzichte van wat we eerst hadden", zegt Per-Åke Sjöblom, managing
director van het Zweedse telecombedrijf Telia, een
belangrijke partner van Dante bij de realisatie van het netwerk in
onder meer oostwaartse richting.
De voltooiingen van het netwerk in de Baltische staten maakt de
weg vrij voor het volgende land op weg naar het oosten: Rusland. "Er
is daar veel vraag naar een ruime hoeveelheid bandbreedte. Maar het
verkrijgen van de benodigde vergunningen voor het aanleggen van de
netwerken in Rusland is een lijdensweg. We hebben gelukkig de
vergunningen nu binnen en zijn druk bezig met de aansluiting van
Moskou", zegt Sjöblom.
Géant is inmiddels aangesloten op Abilene en op een Japans
netwerk. Met de uitbreiding van het netwerk in Europa ontstaat op
deze manier een netwerk dat steeds meer plaatsen op de wereld
ontsluit. Binnenkort zullen ook landen in Noord-Afrika en het
Midden-Oosten aangesloten worden op Géant.
Toekomst De nadruk bij Abilene en Géant ligt
op de snelheid en betrouwbaarheid. En vooral 'niet commercieel',
iets wat van het huidige internet niet gezegd kan worden. Bij zowel
Abilene als Géant probeert men de commercie buiten de door te
houden.
Het ziet er niet naar uit dat de alternatieve netwerken
binnenkort beschikbaar zullen komen voor de gewone gebruiker. Maar
de informatie die nu opgedaan wordt, zal in de toekomst gebruikt
worden om de publieke netwerken te verbeteren.
Rick van
Eeden
|